Vestingwerken

De vesting bestaat uit 7 bastions, genoemd naar de 7 provinciën van de republiek. De binnendijkse omwalling is omsloten door een fraaie vestinggracht, waaromheen een singel, welke in het westen en oosten aansluit op de dijken langs het Hollandsch diep. De singel is omgeven door een buitengracht. In de vestinggracht ter hoogte van de Landpoort een ravelijn. Op het ravelijn en de hoofdwal, ter weerszijden van de voormalige Landpoort staan 2 kanonnen (totaal 4) opgesteld. De vestinggracht wordt van het buitenwater afgesloten door 2 beren, die aan de oost- en westzijde een verbinding vormen met de dijken langs het Hollandsch diep. De vesting is aangelegd naar een ontwerp van de ingenieur Abraham Andries en in 1585-86 gewijzigd en voltooid naar bestek van de ingenieur Adriaan Anthonisz.

Voor een gratis puzzeltocht klinkt u hiernaast

Koepelkerk

De eerste bewoners van het in 1565 gestichte dorpje Ruigenhil, het latere Willemstad, moesten het aanvankelijk zonder kerk doen. Bij de aanleg van het dorp was aan het einde van de Voorstraat een kerkhof aangelegd met de bedoeling daar eens een kerk te stichten. De toen nog rooms-katholieke bevolking kon voorlopig de mis bij-wonen in de gelagkamer van de gerechtsbode, daarna in een schuur.Toen in 1587 het stadhuis aan de dijk werd gebouwd, kon zij, inmiddels tot het protestantisme overgegaan, van dit gebouw gebruik maken.

In 1586 beloofde prins Maurits een startsubsidie van 600 gulden voor de bouw van een kerk, maar pas in 1590 kreeg de Willemstadse meester-metselaar Andries de Rooij opdracht om een ontwerp voor een kerk te maken. Dit ontwerp verdween echter voorlopig in een la. Op 2 augustus 1594 werd aan de Middelburgse timmerman meester Adriaan de Muyr opdracht gegeven een ontwerp in dienen. Zes weken later stuurde hij al per schip een houten model van de kerk. Niet bekend is of hij dat vervolgplan van De Willemstadse Koepelkerk gebaseerd heeft op het vorige plan van De Rooij, maar waarschijnlijk heeft hij alleen de kap ontworpen.

Als derde werd ingeschakeld de Dordtse steenhouwer Coenraet van Norenburch. Deze vergrootte het model van De Muyr en voegde er een toren aan toe. Hierna werd Andries de Rooij weer ingeschakeld, die het defintieve plan maakte.

Prins Maurits gaf voor de bouw van de kerk een totale subsidie van ƒ7000, overigens uit de hem toekomende Willemstadse belasting gelden. Hij herhaalde bij de toekenning hiervan zijn wens dat de kerk in een ‘ ronde ofte achtcantige forme zal ende behoort gemaeckt te worden’.

De nieuwe kerk, die de eerste voor protestantse eredienst gebouwde kerk zou worden, moest zich onderscheiden van de meestal kruisvormig gebouwde katholieke kerken. Ook moest aan de eis worden voldaan dat van alle plaatsen de kansel gezien en de preek gehoord moest worden. In 1596 werd een aanvang gemaakt met de voorbereidingen voor de bouw.

Oude Raadhuis


Het bouwwerk kwam tot stand in 1587. Oorspronkelijk wenste Prins Maurits dat er
een kerk én een raadhuis zou worden gebouwd in het nog jonge dorp.
Vanwege de oorlogssituatie was daarvoor geen geld. Aldus werd een soort multifunctioneel raadhuis ontworpen waarin men ook kerkdiensten kon houden en dat voorzien was van een toren met luidklok. De kleine klok werd gegoten door de Utrechtse bronsgieter Thomas Both. Deze droeg het opschrift: Soli Deo Gloria – Thomas Both me fecit 1588. Ze werd in 1610 overgebracht naar de rond die tijd gereedgekomen Koepelkerk. De grote klok, die nog steeds in de raadhuistoren hangt, stamt vermoedelijk uit het einde van de 12e eeuw en is daarmee wellicht de oudste nog bestaande luidklok in Noord-Brabant. Deze klok werd in 1943 nog door de bezetter gevorderd, maar ze werd niet omgesmolten en kon in 1945 weer terug in de toren worden gehangen.

In de toren bevond zich ook een roepstoel, voorzien van een bakstenen stergewelf. De boven de roepstoel aangebrachte wapensteen werd in 1798, tijdens de Bataafse Republiek, verwijderd. Op het dak werd in 1588 een windvaan geplaatst in de vorm van een meerman met zwaard.

In 1620 werd het -tot dan toe eenvoudige- gebouw verfraaid met een Vlaamse gevel, naar een ontwerp van Frans Leenwijnsse. Er kwamen enkele dakvensters in de nieuwe kap en de zolder ging fungeren als bewaarplaats voor gereedschap van oorlog, zoals hellebaarden en dergelijke. De wapenstenen in de gevel werden in 1798 eveneens verwijderd, om in 1937 weer te worden aangebracht.

In 1786 onderging het gebouw een algehele restauratie, waarbij de oude stenen moesten worden schoongemaakt opdat het gebouw één egale, uniforme en sierlijke couleur zou bekomen. In 1812 werd de torenspits afgebroken, daar op de toren een semafoor van Chappe geplaatst, welke in 1815, na de val van Napoleon, weer verwijderd werd, waarop de spits werd herbouwd.

In 1973 werd het raadhuis verplaatst naar het Mauritshuis, om in 1999 door de gemeente Moerdijk te worden verkocht. Het werd gekocht door een particulier en gerestaureerd, om in 2005 te worden heropend.

Arsenaal

Historie
In een vestingstad is uiteraard behoefte aan een gebouw voor de opslag van wapentuig. Reeds in 1590 was er reeds sprake van een arctionaelhuys, ook wel 's Lands Magazijn genaamd. Dit werd in 1627 vervangen door een nieuw arsenaal. Dit laatste nu raakte op zijn beurt in verval. Een nieuw en groter arsenaal werd gebouwd in 1792, naar een ontwerp van Philip Willem Schonck.

Nadat de vesting Willemstad in 1926 was opgeheven werd het Arsenaal nog geruime tijd gebruikt voor de opslag van militaire goederen. Eind jaren 60 van de 20e eeuw werd het verkocht aan Floor van Welzenes, die het liet restaureren en er een carillon op plaatste. In 1973 was de restauratie voltooid en sindsdien wordt het gebouw voor sociale en culturele activiteiten gebruikt.

De Bouw
Het ontwerp van Schonck behelsde een driebeukig gebouw. Dit ontwerp werd bij de realisering echter enigszins gewijzigd. De benedenverdieping werd tweebeukig uitgevoerd, waardoor slechts twee poorten nodig waren. Deze poorten kregen een hardstenen classicistische omlijsting, in de sluitsteen waarvan een Medusakop respectievelijk twee zwaarden omgeven door twee adelaars werden afgebeeld. De Medusakop diende ter afschrikking van ongewenste bezoekers.

Het Mauritshuis

Historie

Het Mauritshuis in Willemstad werd in 1623 gebouwd in opdracht van Prins Maurits, zoon van Willem van Oranje. Hij liet het gebouw bouwen van "eigen gelden" om te gebruiken als buitenverblijf en jachtslot. Het gebouw kreeg de naam Prinsenhof. De aannemer, toen bouwmeester genoemd was Willem Arentssen van Salen, een meester timmerman uit Den Haag. Het is een gebouw in Hollandse renaissance stijl. Het is een tweebeukig gebouw met trapgevels.

Na het overlijden van prins Maurits, in 1625, kwam het gebouw in handen van de gouverneur van Willemstad. Hij gebruikte het Mauritshuis als woning.

Tijdens een aanval van het Franse leger in 1793 is het gebouw door een bombardement flink beschadigd geraakt. In 1808 werd het door de Franse bezetters al sterk verwaarloosde gebouw nog meer vernield door een zware storm. In 1823 is daarom de bovenste verdieping van de achterste beuk verwijderd. De benedenverdieping werd bedekt met een schuine kap.

Een aantal jaren later, 1827/28, werd het oude Gouvernementsgebouw weer bewoonbaar gemaakt. Niet veel later werd er een militair hospitaal in gevestigd.

In de 20ste eeuw is het pand in gebruik als Marechausseekazerne. Dit was van 1907 tot 1956. Er woonden destijds enkele marechaussees met vrouw en kinderen. In de tijd van de Eerste Wereldoorlog, 1914 t/m 1918, was er op de zolder een Rijkspostduivenstation gevestigd. Ook was een gedeelte van de Marechausseekazerne weer ingericht als hospitaal. Nadat de Marechaussee vertrok is het gebouw bewoond geweest door drie gezinnen.

In 1967 is het pand gekocht van het Rijk door de gemeente Willemstad. De gemeente Willemstad heeft het gebouw grondig gerestaureerd. Bij de restauratie is ook het in 1823 afgebroken achterste gedeelte weer in originele staat gebracht.

Op 15 december 1973 is het gerestaureerde gebouw in gebruik genomen als stadhuis van de gemeente Willemstad. Ook werd het als eerbetoon aan prins Maurits voortaan het Mauritshuis genoemd. Bij de heropening was Koningin Juliana aanwezig. Na de gemeentelijke herindeling, 1997, is het Mauritshuis niet langer in gebruik als gemeentehuis.

Heden

Momenteel is het Mauritshuis een bezoekerscentrum van de Zuiderwaterlinie. Er is toeristische informatie te vinden en er kan veel geleerd worden over de geschiedenis van Willemstad. Op zolder is een grote tentoonstelling van de lokale heemkundekring "de Willemstad" te bezichtigen. Ook is er een "canonkamer", in deze kamer wordt de militaire geschiedenis van de Stelling van Willemstad verteld door middel van een indrukwekkende en leerzame voorstelling. Verder zijn er de Burgemeesterskamer, de Gouverneurskamer en de Raadszaal te bezichtigen.


Het Mauritshuis kan worden afgehuurd voor congressen en teambuildings.
Voor programma's op maar stuurt een even een mailtje.

joost@fortproducties.nl

Kruithuis (bastion Utrecht)

Het Kruithuis Bastion Utrecht in vestingstad Willemstad was een buskruitmagazijn. Het is gebouwd in 1811 in opdracht van Keizer Napoleon. De muren van het Kruithuis zijn 2,5 meter dik. Onder Napoleon werd Willemstad een belangrijk defensief steunpunt. Naast enkele kleine aanpassingen en de aanleg van een aantal nieuwe forten rond de vesting werd er, in opdracht van keizer Napoleon, in 1811 ook een nieuw buskruitmagazijn aangelegd op het bastion Utrecht. Dat ‘Kruithuis’ was oorspronkelijk bedoeld voor het opslaan van vaten met los kruit, maar werd later ook gebruikt als opslagplaats voor de reservevoorraad munitie.

Tijdens de Britse artilleriebeschietingen van 29 oktober 1944 tot 6 november 1944 diende het Kruithuis als schuilplaats voor de inwoners van Willemstad. Het Kruithuis is een rijksmonument.

D'Orange Molen

In 1734 werd besloten tot de bouw van een nieuwe stenen windkorenmolen. Dit naar aanleiding van klachten en waarschuwingen van de molenaar over de toestand van de standermolen. Er werd gezocht naar de beste standplaats hiervoor. Die vond men op de Oostdijk (nu Bovenkade), waartoe twee huisjes werden aangekocht en gesloopt.

Er werd een publieke aanbesteding gehouden voor een stenen stellingmolen, waarna door de Nassau Domeinraad besloten werd de bouw van de molen niet aan de minste inschrijver te laten maar aan Pieter Janse Timmers en Hendrik Roubos, molenmakers te Rotterdam en Krimpen, voor f 8000,- en voor een extra-ordinaire beloning van f 100.

Bastion Gelderland

Bastion Holland

Bastion Zeeland

Bastion Utrecht

Bastion Friesland

Bastion Overijsel

Bastion Groningen

Wachthuis Landpoort

Monumenten

Monument van de
mobilisatie Eerste Wereldoorlog 1914-1918

Monument van de
mobilisatie 1914-1918 Mauritshuis

Monument ter herdenking
aan de ramp met de Rhenus
30 mei 1940

Monument van de slachtoffers van Tweede Wereldoorlog te Willemstad